Het speciaal onderwijs is voor leerlingen in de leeftijd van vier tot dertien jaar. Iedere leerling krijgt onderwijs op zijn eigen niveau. In het speciaal onderwijs worden de basisvaardigheden aangeleerd. Er wordt veel aandacht besteed aan totale communicatie, het leren leren, de sociale redzaamheid, de zelfredzaamheid en (senso)motorische ontwikkeling.
Aandachtsgebieden
Aandachtsgebieden zijn:
- lichaamsverzorging
- aan- en uitkleden
- spelen en omgaan met elkaar
- het doen van eenvoudige karweitjes
- activiteiten gericht op zintuiglijke en motorische ontwikkeling.
De leraar laat het onderwijs aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen.
Programma
Het onderwijsprogramma wordt gegeven in vakken die in de praktijk bruikbaar zijn:
- taal en lezen
- rekenonderwijs (geldrekenen, klokkijken, tellen)
- bevorderen van sociale redzaamheid (zelfredzaam, zelfredzaam in de omgang en in de maatschappij)
- sociaal-emotionele ontwikkeling
- wereldoriƫntatie
- verkeer
- muziek en handvaardigheid
- zwemmen en bewegingsonderwijs
- godsdienstonderwijs
Bij alle vakken wordt gebruikgemaakt computerondersteuning. Leerlingen leren om gebruik te maken van technologische hulpmiddelen en omgang met de media.